Paginanummer een andere waarde geven

Symptomen Standaard begint een document op pagina 1, dat wil de gebruiker veranderen. In een ander deel van het document moet een andere waarde van het paginanummer verschijnen dan het opvolgende, bijvoorbeeld weer opnieuw beginnen bij 1. Remedie De waarde waarmee de paginanummering begint in het document, maar ook na een sectiegrens verderop in het document kunt u instellen via de functie Paginanummering. Kies in Word 2000-2003 Invoegen, Paginanummers, Opmaak. In de figuur is ingesteld dat u het document laat beginnen met pagina 12. Wanneer in een andere deel van het document met een andere waarde (dus ook opnieuw met 1) moet worden begonnen, voegt u een sectiegrens in op het punt van waar af de nieuwe nummering moet gelden. Sectiegrenzen voegt u in via het menu Invoegen, Eindemarkering. In Word 2007 en hoger kiest u Invoegen, Paginanummer, Opmaak paginanummers. Tips Behalve de nummering zelf, kan ook de opmaak en weergave van paginanummers worden aangepast in de verschillende delen van het document. Bijvoorbeeld pagina’s i, ii, iii voor de inleiding en 6, 7, 8, enzovoorts vanaf hoofdstuk 1, waarbij pagina 4 en 5 dus worden overgeslagen. Ook hiervoor zijn sectiegrenzen nodig. Bij aangepaste nummering kan een probleem ontstaan bij het aangeven van de pagina’s bij Afdrukken: daar moeten de fysieke pagina’s worden...

Correcte woorden worden gemarkeerd

Symptomen De achternaam van de gebruiker verschijnt in het document steeds met een markering als ‘fout gespeld’ (rood kringellijntje eronder). Word herkent een woord niet – vaak een eigennaam of term uit vakjargon – en markeert het dus als ‘fout gespeld’, terwijl het wel correct gespeld is. Remedie Klik met de rechter muisknop op het als fout gemarkeerde woord en kies in het snelmenu Alles negeren (waardoor het verder in de tekst ook niet meer als fout wordt aangemerkt). Tijdens de normale spellingcontrole kan ook Negeren worden gekozen om de fout eenmalig als correct aan te merken. Voeg eventueel de eigennaam of vakterm toe aan de eigen woordenlijst, zodat het ook in andere documenten niet als fout wordt aangemerkt. Verdieping Door correct gespelde, maar door Word niet herkende woorden toe te voegen aan een eigen woordenlijst, zullen die in het vervolg niet meer als fout worden aangemerkt. Bij grammaticacontrole kunnen ook goed geschreven woorden worden aangemerkt als fout. Dat kunt u natuurlijk gewoon negeren. Maar door te rechtsklikken op het woord en Niet controleren op dit probleem te kiezen schakelt u deze controle in dit document uit. Tips Als u de woorden in die eigen lijsten aanpast, toevoegt of verwijdert, let er dan op dat u de opmaak van het document niet wijzigt (daar vraagt Word om als u de lijst sluit), anders kan Word er geen gebruik van maken! Nadat woordenlijsten zijn bewerkt (of aangemaakt) staan de opties voor het automatisch controleren van spelling en grammatica niet meer aan. Die moet u dus weer activeren op het tabblad Spelling en grammatica (menu Extra,...

Niet-afdrukbare tekens weergeven

Symptomen Spaties, tabsprongen, alinea-markeringen en dergelijke verschijnen als ‘vreemde’ tekens wel in het venster, maar niet op papier. Allerlei codes verschijnen tussen accolades tussen de tekst. Sommige tekstdelen in het venster hebben een dun stippellijntje eronder en worden niet afgedrukt. Remedie Met behulp van de knop Weergeven/verbergen ¶ (ook Alles weergeven genoemd) worden enkele printerbesturingstekens en bijvoorbeeld ‘verborgen tekst’ in de tekst zichtbaar of verborgen. In Word 2007 en hoger maakt u de niet-afdrukbare tekens zichtbaar met de knop met het paragraafteken (¶) in het tabblad Start, groep Alinea. Als er tussen accolades codes zijn verschenen, is de veldcodeweergave ingeschakeld. U kunt de niet-afdrukbare tekens ook in- of uitschakelen via een standaardinstelling in Word. In versie 2000-2003 zit deze onder het menu Extra, Opties, tabblad Weergave onder Niet-afdrukbare tekens. In latere versies van Word vanaf 2007 kijkt u onder Bestand, Opties, Weergave. Verdieping De volgende symbolen worden met de genoemde knop getoond of verborgen: Alinea-markering Tabstop (soort wordt niet aangegeven, staat wel in de liniaal) Spatie Eindemarkering van een cel in een tabel Zachte alinea-markering (gemaakt met [Shift]+[Enter]) die wel een nieuwe regel forceert, maar niet een nieuwe alinea-indeling Verborgen tekst Harde pagina-grens (gemaakt met [Ctrl]+[Enter]) om een nieuwe pagina te forceren Ingevoegde sectie-grens (soort staat erachter tussen haakjes) Ook bladwijzers, commentaar, redigeer-opmerkingen, noten en dergelijke kunnen verborgen zijn (in sommige weergaven) en zichtbaar worden gemaakt. Voor diverse schermsymbolen is het mogelijk in te stellen of u die in de tekst op papier wilt afdrukken of niet. Tips Om de veldcodeweergave uit te schakelen is de toetscombinatie [Alt]+[F9] handiger dan via het menu. Wanneer u alleen bepaalde besturingssymbolen wilt...

Opmaak kopiëren en plakken

Symptoom U heeft een stukje tekst opgemaakt en wil dat voor een ander tekstdeel ook zo instellen. Remedie U kunt de opmaak van een bepaald gedeelte van de tekst kopiëren en aan een ander gedeelte van de tekst toekennen. Gebruik daarvoor de knop Opmaak kopiëren/plakken. In Word 2000-2003 vindt u deze knop op de standaard werkbalk naast de knop Plakken: beweeg desnoods de muiswijzer langzaam van knop tot knop om met behulp van de tooltips de juiste knop te vinden. In Office 2007 en hoger vindt u de knop Opmaak kopiëren/plakken op het tabblad Start, in de groep Klembord. Verdieping De werkwijze om de opmaakkenmerken van een tekstgedeelte te kopiëren en te plakken is als volgt: Klik binnen het tekstgedeelte met de te kopiëren opmaak (selecteren hoeft niet). Druk op de knop Opmaak kopiëren/plakken: deze blijft nu ingedrukt en als u uw muiswijzer verplaatst, verschijnt er naast het tekstinvoegpunt een kwastje. Selecteer (sleep of klik) het gedeelte van de tekst dat de gekopieerde opmaak moet krijgen: bij het loslaten van de muis (of na de klik(s)) krijgt de geselecteerde tekst de gekopieerde opmaak. De knop Opmaak kopiëren/plakken komt weer in zijn normale stand, de muiscursor is ook weer normaal. Als u nog een gedeelte van de tekst van dezelfde (eerder al gekopieerde) opmaak wilt voorzien, verplaats de cursor dan niet, maar druk meteen weer op de knop Opmaak kopiëren/plakken en selecteer het volgende tekstgedeelte. Tips Als u meerdere tekstdelen van dezelfde opmaak wilt voorzien kunt u ook op de knop Opmaak kopiëren/plakken dubbelklikken, dan komt de knop/cursor na de eerste keer plakken niet terug in de normaalstand. Om de...

Een afbeelding vergroten zonder kwaliteitsverlies

Symptoom Ik wil een grafische afbeelding vergroten, maar dan gaat de kwaliteit fors achteruit. Remedie Wanneer u een afbeelding in bijvoorbeeld Word of PowerPoint invoegt en groter sleept, kan het zijn dat de afbeelding erg ‘blokkerig’ wordt. De afbeelding is dan een zogenaamde bitmap en beschikt niet over voldoende beeldpunten om in de door u gewenste afmetingen een scherp beeld op te leveren. Bepaalde soorten afbeeldingen, zoals logo’s of technische tekeningen, kunt u beter maken of aangeleverd krijgen als vector-afbeelding. Deze zijn oneindig schaalbaar zonder kwaliteitsverlies. Gebruik ‘bitmapped’ beelden, zoals foto’s, met een goede kwaliteit. U kunt ze dan in een goed grafisch programma de juiste maat geven. In Photoshop gebruikt u het menu Afbeelding, Afbeeldingsgrootte en bepaalt u zorgvuldig de gewenste afbeeldingsgrootte, resolutie en berekeningsmethode. Verdieping De meeste afbeeldingen die u in Microsoft Office applicaties zult gebruiken zijn zogenaamde bitmapped afbeeldingen. Hiermee wordt bedoeld dat het grafische bestand bestaat uit een groot aantal beeldpunten ofwel pixels. Het aantal pixels horizontaal en verticaal bepaalt de grootte van de afbeelding. De afdrukresolutie bepaalt de grootte van de uiteindelijke afdruk op papier. Stel dat u een clipart-afbeelding binnenhaalt in Microsoft Word. Door aan één van de hoekpunten te slepen kunt u de afbeelding groter maken, desgewenst tot de hele pagina wordt bedekt. De clipart-afbeelding is echter bedoeld om als kleine illustratie te worden gebruikt. De beeldgrootte is bijvoorbeeld 120 x 100 pixels. Wanneer u de afbeelding groter maakt in Word komen er geen pixels bij. U vergroot alleen de aanwezige beeldpunten, met een grof en lelijk resultaat tot gevolg. Een beter systeem voor het tekenen van objecten gebruikt vectoren. Een vector-afbeelding...